
Rolf Bouwmans

Meestal is Rolf in z’n werkplaats te vinden. Dan is ‘ie bezig met een grote reparatie van een bouwmachine. “Bijvoorbeeld de motor van een loader of een kraan die kapot is”, legt hij uit. Maar, hoe z’n dag er precies uitziet is nooit te voorspellen. “Vandaag zou ik heel de dag in de werkplaats zijn, maar ik ben heel de dag weg geweest”, legt hij uit. Want als een klant belt dat er iets kapot is, gaat Rolf op pad om het te maken.
Van loondienst naar eigen bedrijf
Rolf werkt met machines zoals heftrucks, kraantjes en loaders. Hij doet de reparatie, onderhoud en in en verkoop daarvan. “Meestal plan ik een paar dagen in de week in, en wordt de rest vanzelf gevuld met storingen.” Na even voor een baas gewerkt te hebben, begon Rolf zeven jaar geleden voor zichzelf. “Ik handelde al wat in machines, en dat werd best veel. Toen ben ik maar gewoon voor mezelf begonnen. Dat ging gewoon zo.”
En dat is het begin van Bouwmans Techniek. Een keuze waar hij nooit spijt van heeft gehad. “Ik vind het altijd leuk. Mensen vragen dat weleens aan me, of ik nooit met koi zin naar m’n werk ga. Nee, ik vind het altijd mooi. Iedere dag vind ik leuk. Dat is echt zo.”
Risico van het vak
Meestal is Rolf alleen aan het werk. “Eigenlijk moet ik personeel aannemen, maar dat is natuurlijk moeilijk aan te komen. En ze moeten het wel kunnen. Als je hier een foutje maakt, kost het al snel €10.000 euro”, vertelt hij. Een risico dat hij voor zichzelf niet zo spannend vindt. “Dat maakt het ook leuk. Als er iets gebeurt, dan is dat zo. Er kan heel veel fout gaan, maar als je gewoon normaal werkt en je verstand erbij houdt, is er niet veel aan de hand.” Deze nuchtere houding past bij alles wat Rolf vertelt over z’n werkzaamheden.
Een eigen bedrijfspand
Rolf is geboren en getogen in Bakel. Weg gaat ‘ie hier nooit meer, zowel privé als zakelijk. “Hier heb ik gewoon alles”, zegt hij. En dus blijft hij rustig wachten tot er een loods voorbij komt die hij kan kopen, zodat hij kan werken in zijn eigen bedrijfspand. Misschien wat personeel erbij, maar zeker niet te veel. Hij wil gewoon blijven doen wat hij het liefste doet. “Gewoon goei werk maken, dat is het belangrijkst.”